eer is ontset geworden, ende hadde (uijt vreese of op dit rijck ijets mochte geattenteert werden) in alle Lantsstreecke sijns gebiets, de Overheden ende Gouverneurs laten aenkundigen datse wacker en een wakent oogh in 't zeijl souden houden, opdat alsoo van alle onheijlen sooveel mogelijck bevrijt mochte sijn" (Dagr. Jap. 12 Febr. 1665).
[334] In 1619 (zie Inleiding, bl. XXXIII).--Vgl. Diary of Richard Cocks II, bl. 93-105, 7 Nov.-23 Dec. 1618; en J.W. IJzerman, Over de belegering van het fort Jacatra: "Jacatra, 7 Nov. 1618 "'S morgens tegen den dach sach ick de commeetstarre met een stardt recht boven de looghe vers[ch]ijnen" (Bijdr. Kon. Inst. dl. 73 (1917) bl. 586).
[335] Vgl. "The people in this place [Firando] did talke much about this comett seene, that it did prognosticate som greate matter of warr, and many did ask me whether such matters did happen in our cuntrey, and whether I knew what it did meane or would ensue thereof; unto which I answerd that such many tymes have byn seene in our partes of the world, but the meanyng therof God did know and not I etc." (Diary of Richard Cocks II, bl. 94-98, Nov. 1618).
[336] Uitg.-Saagman heeft: "op de zee-cant". Uitg.-Stichter en Van Velsen: "bij de Zeekant".
[337] "Zy zijn zeer achtgevende op voorzeggingen, en geluk, of ongeluksteekenen: hy [Eibokken] hadde een der Konings paerden zien dooden, om dat het ter poorte, met den Koning uit reidende, aerzelde, 't geen voor een ongeluks teeken wierd gehouden; en zulks tot verzoeninge, en voorkominge van alle onheil" (Witsen, 2e dr. I, bl. 57-58).
[338] "Het Buskruit zoo wel als den Druk, is van voor duizend jaer by hen, zoo zy zeggen, bekent geweest, gelijk als mede het Compas, hoe wel van andere gedaente als hier te Lande, want zy bedienen zich slechts van een klein houtje, voor scherp en achter stomp, 't geen in een tobbe waters werd geworpen, en dus met de scherpe punt Noorden wijst, na allen schijn zal daer binnen in de Magnetische kracht verborgen zijn: acht streeken winds weten z