ers bring down immense masses of silt annually.... The tides rise to the height of twenty or thirty feet" (Griffis, Corea, 1905, bl. 187).--"Han-Kang. Fleuve qui arrose Sye-oul, Prov. de Kyeng-Keui" (Dict. Cor. Franç. bl. 4**).
[244] "Sye-Oul, Nom générique qui signifie: capitale. Capitale du royaume de Corée" (Dict. a.v. bl. 14**).--De eigenlijke naam van "de Hoofdstad" was: "Han-Yang, Capitale de la province de Kyeng-Keui et de tout le royaume de Corée depuis 1392.... Ville murée, sur le fleuve Han. Résidence de la cour et des 6 ministères. Le gouverneur de la province réside en dehors des murs" (Dict. a.v. bl. 4**).
[245] Bedoeld zijn de mijlen waarmede de zeelieden destijds rekenden, namelijk Duitsche mijlen van 15 in één graad, volgens de graadmeting van Snellius. Deze mijlen zijn ongeveer 7.4 K.M. lang, waardoor de afstand van Seoul tot het aanvangspunt der reis op 518 à 550 komt; recht gemeten bedraagt die afstand 190 (moderne) zeemijlen, d.i. 352 K.M. De dagreizen, twaalf in aantal, waren gemiddeld 45 K.M. lang. De afstand van Quelpaert tot Seoul werd later geschat op 90 mijlen of 666 K.M. (Zie "Vragen" No 12, bl. 67).
[246] Van heel wat deftiger personages dan Hamel en zijne kameraden, werd in Japan verlangd dat zij den Sjogoen en zijn hof op eene dergelijke vertooning zouden vergasten.
Dagr. Japan, Donderdag 29 Maart 1691: "Hiertusschen waren wij [het Opperhoofd Hendrik van Buijtenhem en zijn gevolg bij de audientie te Jedo] nederleggende tot dat den Keijser [d.w.z. de Sjogoen] ... ons door den Oppertolck ... liet belasten regt op te sitten, mantels af te doen, hoeden op te setten, heen en weer te gaan, een liedeken te singen, op ons manier den anderen te complimenteren, te bekijven, eens te dansen, een droncke matroos te verbeelden, mijn vrouw en kinderen haar namen, onse eijgen en die van de Nangasackijse gouverneurs overluijd op te roepen, ijets op 't papier te teijkenen en een stuck van ee