n als Anerkenntnisz der Vasallenschaft." (C. Ritter, die Erdkunde von Asien, Band III (1834) bl. 594).
[324] "De Koning werd zoo zelden gezien, dat eenige, die wat afgelegen woonen, gelooven dat hy van meer als menschelijke aerd is, zoo als aen onze luiden zulks voorquam, en hen wierd afgevraegt. Hoe minder den Koning uit gaet, en van het Volk gezien werd, hoe vruchtbaerder dat zy het Jaer achten te zullen zijn; geen hond mag over straet loopen, daer hy zich vertoont" (Witsen, 2e dr. I, bl. 57).--"The king rarely leaves the palace to go abroad in the city or country. When he does, it is a great occasion which is previously announced to the public. The roads are swept clean and guarded to prevent traffic or passage while the royal cortége is moving. All doors must be shut and the owner of each house is obliged to kneel before his threshold with a broom and dust-pan in his hands as emblems of obeisance. All Windows, especially the upper ones, must be sealed with slips of paper, lest some one should look down upon his majesty. Those who think they have received unjust punishment enjoy the right of appeal to the sovereign. They stand by the roadside tapping a small flat drum of hide stretched on a hoop like a battledore. The king as he passes hears the prayer or receives the written petition held in a split bambo" (Griffis, Corea, 1905, bl. 222).--"Het Hof van den Koning, is omtrent zoo groot als de stad Alkmaer, met een muur omheint, die van gemetzelde steen en klei is gemaekt, hebbende boven op insnydinge van steen, als of het hane kammen waren.... Binnen dit Hof menigte van wooningen zijn, zoo groote als kleine, en alderhande lustplaetzen; daer binnen onthoud zich ook zijn Gemalin en Bywyven: want hy, als al het volk, maer een echte Vrouw heeft.... Den Koning van Korea, ter tijd van Meester Eibokken, was een grof en sterk man, zoo dat gezegt werd, hy een boog konde spannen, houdende de pees onder zijn kin, en trekkende dus den booge met zijn eene hand uit" (Witsen, 2e dr. I, bl. 59).
[325] "Th