onditie wonder glorieus is, oock geen grootsheijt, trotsheijt of hoovaerdije in vreemdelingen can verdragen, bemint ende aengenaem sijn mach" (Gen. Miss. 15 Aug. 1633).
[32] Bijlage I a.
[33] Bijlage I b.
[34] "Hij [het Opperhoofd Elseracq] apprehenderende meer en meer de groote precisiteijt van die natie dewelcke d' onse involgen moeten omme daer wel te staen" (Patr. Miss. 26 April 1650).--"hoe nauw wij hier bepaalt zijn ende hoe veelderlij moeijelijckheden onderworpen door de groote precisiteijten der Japanse regenten die door der tolcken timiditeijt--voortcomende van hare onbequaemheijt--nogal meer beswaert werden, is UE. bij sijn aenwesen alhier ten deele gebleecken" (Memorie voor den E. Martinus Caesar, Nagasaki 2 Nov. 1670).
[35] Zie Journaal, bl. 65 en Bijlage I a.--Vgl. ".... Vervolgens getreden zijnde tot Japan is gelezen den brief van den Generael ende Raden derwaerts gesz. vanden 30 April, soo oock die vanden 9 Maij, 5 en 20 Julij 1667, voort d'antwoort daerop van't Opperhoofd Daniel Six en den Raet aldaer van 13 en 22 Octobr. daeraenvolgende, Noch de vragen doorden Gouvernr. van Nangasacki de 8 persoonen in Corea soo lange jaeren gevangen of gedetineert geweest zijnde, voorgehouden end'antwoort door deselve daer op gegeven, Item 't gene inde generale brieven vanden Generael ende Raden daer van staet aengehaelt. Het geconcipieerde vande Heeren Commissen. daer op gaet hier neffens" (Verbaal gehouden van het gebesoigneerde van de heeren Commissarissen uijtte resp. Cameren van de Oost Indische Compagnie deser Landen.....alhier in 's Gravenhage vergadert enz., Vrijdag den 29 Meert 1669. Kol. Arch. no. 301).
[36] Zie Bijlage I a en I b.
[37] Zie Bijlage I b en I d.
[38] Zie Bijlage I f-h.
[39] Zie Bijlage I i-j.
[40] Dagr. Bat. 28 Nov. 1667: "arriveeren hier van Japan de fluijtschepen Spreeuw ende Witte Leeuw".
[41] Zie Bijlage I o.
[42] "Zijn wij den 28 December Anno 1667 van Batavia 't zeijl ghegaen, ende na weijnigh tegenspoet d