sich vroeger vertoonde.
26e Is door ons nogh al sneedigh na de Commeet Starre uijtgekeken, bemerckende dat deselve door het wassen vande Maen wierde verdooft, onder en tusschen bespeuren dat sijn Staert sigh geheel naer 't Westen keert.
29e voorleden morgen, hebben de Commeet Starre weinigh kunnen sien, maer nogh al ondervonden deselve alle avonden 3/4 uijrs vrouger opquam ende sijn staert was draijende, soo datse alsnu voorbij't Westen naer't N.W. gekeert is.
Januarij 1665. 3e tot den 9e ... niet sonderlings voorgevallen, als alleenlijck dat de Commeet Starre alle 24 uijren seer afneemt ende met sijn staerdt nu al omtrent het N.O. uijtstreckt.
10e ... weten de Tolcken te verhalen tijdinge uijt Jedo gekomen te sijn, dat voorgemelte Commeet aldaer gesien was, oock verscheijden malen eenige vierballen bij nacht souden gevallen sijn.
20e ... dese avondt is de Commeet starre bij ons niet langer gesien konnen werden.
April 1665. [Op de hofreis naar Jedo]. 11e Des smorgens met mooij weder omtrent ten 4 uijren uijtreijsden ende een commeet starre sagen die hem omtrent het oosten weijnigh boven den horison opgaende vertonende was, ... quamen des namiddags in de Keijserlijcke Stadt Jedo.
* * * *
Op den 2 Januari 1665 ... alhier in de Baij van Cadix ... vertoonde hem een Komeet-ster, die wij inde Straat al hadden gezien, hebbende een vierige staart naar 't Noord oosten. (Reisen van Nicolaus de Graaff, 1701, bl. 66).
* * * *
Den 15 ditto [Dec. 1664] des morgens sagen een ster met een langhe sterdt, sagen hem wel 4 ueren lang indt oosten op en die sterdt was mede indt oosten.
Den 16 ditto des morgens sagen hem weer 6 uer voor dag en die ster zijn sterdt draaide alle met teit nae het oosten dat wij sien konden.
Den 17 ditto sagen hem over 4 uer voor dagh. (Opperstuurman Michiel Gerritsz Boor in het Jacht Vlaardingen, tusschen Formosa en Amoij. Handschrift Alg. Rijks Archief, Kolon. Aanwinsten no. 58).
Verklaeringhe op de Comeet-sterre,