acute;éne. Te Firando zal hij de voornaamste Chineesche koopman en reeder zijn geweest en om die reden daar te lande zijn aangesproken met den titel van Kapitein (zooals ook ons Opperhoofd door de Japanners werd betiteld), zonder dat hij eenige aanstelling had; waarschijnlijk was hij Hoofd van een geheim genootschap [385]. Over zijne aanrakingen met ons, raadplege men: W.P. Groeneveldt, de Nederlanders in China I (Bijdr. Kon. Inst. 6, IV, 1898). Hij was o.a. de tusschenpersoon bij de onderhandelingen welke leidden tot onze verhuizing van de Pescadores naar Taijoan en hij was geenszins tevreden over de wijze waarop wij zijne diensten hadden beloond [386]. Hij overleed te Firando 12 Augustus 1625 [387], groote schulden nalatende, o.a. aan de Engelschen [388].
Ietkwan--ook Iquan, Equan, Yeh-kwan geschreven--werd geboren in het dorp Tsiooh Tsi in het district Tang Oa, waarin ook de havenplaats Amoij ligt. Zijn geslachtsnaam was Tie--ook Te en The geschreven--en zijn persoonsnaam: "de eerste" duidt aan dat hij de oudste zoon was. Niet een zoon, maar een schoonzoon [389] van den hierboven besproken Capitein China zal hij zijn geweest. Volgens Chineesche berichten, behoorde Iquan's eigen hoofdvrouw in Zuid-China tot eene familie Gaan en zij zal eene dochter zijn geweest van den Capitein China en diens hoofdvrouw in China.
Op jeugdigen leeftijd, zoo heet het, heeft Iquan een toevlucht gezocht bij een oom van moederszijde te Macao, die hem met een handelsopdracht naar Japan zond. Evenals zijn latere schoonvader heeft hij te Firando betrekkingen aangeknoopt met een Japansche, bij wie hij een zoon kreeg, den zoo vermaard geworden Koksinga.
Misschien was hij de tolk die tusschen 25 Jan. en 20 Febr. 1624 uit Japan naar Taijoan kwam (Groeneveldt, a.v.bl. 482), of de aan het eind van 1624 dagelijks uit Japan verwachte zoon van Capitein China (Miss. Gouvr Sonck 12 December 1624).
Aan de vloot onder Muijser die 30 Dec. 1624 werd aangewezen om op Chineesche jonken naar Manilla te kruisen, werden