nutten dienst meer can doen, oock naer eijsch niet en connen vertimmeren, met t' jacht de Vos nae costij gelargeert opdat aldaer nae behooren mach versien werden.
Generale Missive, 4 Jan. 1644.
Wt Kelangh over Taijouan sijn hier 29 passado verschenen 't Jacht de Vos ende 't Quel de Brack.
Missive Batavia naar Taijoan, 2 Mei 1644.
Vele van de ervarendste ende costij bedreven zeeluijden sustineren de quellen vrij dienstiger als de boots die eijscht. Wij vermercken sich op vele saken daer van geen experientie hebt, seer qualijck laet informeren ende vertrouwen; die costij tot d'equipagie wort gebruijckt cleen verstant heeft, 't blijckt daer uijt UE. ons aenschrijfft 't Quel de Bracq costij ondienstigh ende oock geheel uijtgevaren te sijn, dat hier geheel anders is bevonden en costij soo wel als hier hadde connen vertimmert worden, d'Quel is tot ontdecking van't Suijtlant vertrocken.
D. HET SCHIP DE HOND.
"De Hond" was oorspronkelijk een Engelsch schip dat 3 Jan. 1619 op de reede van Jacatra lag (J. W. IJzerman, Over de belegering van het fort Jacatra, Bijdr. Kon. Inst., deel 73, bl. 605) en 26 Juli 1619 door een Nederlandsch eskader onder Hendrik Janszoon op de reede van Patani werd veroverd, waarbij o.a. John Jourdain werd doodgeschoten (Gen. Miss. 22 Jan. 1620; The Journal of John Jourdain, Introduction LXXII en Appendix F, en Diary of Richard Cocks, II, 305).
De volgende berichten hebben betrekking op "de Hond" nadat die in onze handen was geraakt:
"Eenige.... sijn soo leck dat men se qualijck boven water can houden ende in hol water niet gebruijcken mach als namentlijck ... den Hont. (Gen. Miss. 22 Jan. 1620).
Komt 17 Maart 1620 te Jacatra (J. Psz. Coen. Uitg. H. T. Colenbrander, dl. II, 1920, bl. 663 en 665); naar Amboijna en Banda (Gen. Miss. 11 Mei 1620 en 31 Juli 1620): "Het schip de Nieuwe Maen ende de Hondt heeft sijn E. [Houtman] daer [in de Molucques] gelaeten" (G. M. 26 Oct. 1620).--"Generael Coen [is] den 24 Junij ... van Amboijna vertrocke