Verhaal van het vergaan van het jacht de Sperwer by Hendrik Hamel. Page: 118

<< vorige

t uijtgevoert magh werden) voorts gout, peper, nagelen, noten, poetsioek, wieroock, sandel- en caliatourshout als anders, 't welk alles door dat Lant naar China weder vervoert wert, maar onder d'inhabitanten can men niet vernemen dat eenigen handel van importantie daar gedreven wert; wijders stellen bovendien voor vast soo langh de E. Compe den voordeligen handel in Japan genegen blijft 't achtervolgen datse daar (om den Japander geen misnoegen te geven) geen handel dient te soeken, want dese agterdogtige natie soude altijt sustineren dat wij daarmede ijets tot nadeel van Japan voor hadden, waarmede niet alleen de wantrouw vergroten maar den ontsegh van 't rijck wellight op volgen mocht.

19 Oct. 1670.

g. ....D'Jedoose hoffreijse die wij den 10 Maert [1670] aengevangen en den 11 April tot in Jedo gebracht hebben, de gewone reverentie voor den Keijser geschiede den 20en daaraan.... dese hoffplichten zoo verde gebracht zijnde, zoo hadden wij geern gesien dat de Tolken den Gouverneur Gonnemonde en beijde Commissarissen hadden gaen openen onsen last om uijt UEds name danckbaerheijt te doen voor de verlossinge van de seven Nederlanders zedert ao 1653 vant verongeluckte Jacht de Sperwer op Correa aengehouden ende ao 1668 op Zijne Majesteijts voorderinge gerelaxeert, opdat haer Ed.n zouden mogen ordonneren in hoedanige wijse het moste geschieden en waerover oock op ons afscheijt in Nangasackij na tgebruijck voorschrijvinge van Sinsabrode aen voorm. Gonnemonde, zijn confrater, hadden versocht maer geensints hebben de Tolken hier toe connen beweegt werden, tselve altijt uijtstellende tot den dach voor het afscheijt welck dan den 28 April verschenen zijnde, zoo quam den Oppertolck Siondaijs ons des avonts vanden Gouverneur Gonnemonde in antwoord brengen dat Zijn Ee dacht genoech te weesen de notificatie hem op ons arrivement in Nangasackij ao passado ende kennisse door Zijn Ee aende Rijcxraden daervan gedaen, welcke zoo hij zeijde oock haer genougen daerover hadden laten blijken ende dierhalven zich daermede n

volgende >>