[ENGLISH]

Tartischen Cham, or Emperor of Sina (Page 205)

den hadden. Niet weinigh deed hen ook het vervolgen van hunne zeege afschriken, dat alle de plaatzen van Sineesche Oversten wel voerzien waen; en daarenboven Keizer Thienkius niet alleen al d'oude plaatzen met nieuwe vestingen en bolwerken hadt doen versterken, maar ook in d'engste en bequaamste wegen veel kleene Vestingen laten opwerpen. Maar onder al d'andere van deze nieuwe opgeworpene Vestingen was wel de sterkste en grootste, die de Keizer op't Eilandt Cu hadt doen stichten, en, omden Tarters den doortocht te beletten, met een sterke bezetting Van Sineesche Krygs-knechten bewaren.

Maar onder al d'andere Sineesche Krygs-oversten, die den Tarters eenige afbreuk deden, muntte uit zeker strydbare Sineesche Overste, Maovenlung geheeten, die met een sterke vloot Scheepen het naaste Eiland aan Korea, in de mond van de Revier Yalo gelegen, bemachtigt en ingenoomen hadt. Deeze kloekmoedige Held wiste de Tarters, met neerlaag op neerlaag , zoo geweldig van achteren te quellen en af te matten , datze alle andere plaatzen onaangeranst lieten, en alleen hunne krachten te werk stelden, op wat Wyze zy hem dit bespringen, en afbreuk doen, zouden beletten en verleeren.

Deeze Maovenlung was geboortigh van het Landtschap Quantung, alwaar hy, door het omgaan en verkeeren met de Portugeezen van de Stadt Makao, veele dingen, noopende den Kryghshandel, geleert hadt. Van daar had hy ook veel Hollands geschut, van zeeker gestrand Schip, met zich gebragt, en dat voor het meerder deel op de wallen van de Hooftstadt Ningyven doen planten. De Sineesche Keizer, na dat hy alree het Oosterlyke gedeelte van Leaotung, en de Hooft-stadt Leaoyung quyt was , had deze Stadt, in stee van Leaotung met den eernam Van Hooft-stadt beschonken; en bevonden zich daar binnen, te dien tyde de Tutang of Onder-koning, en de Koninklyke op ziender van Leaotung, met de macht van 't gantsche Sineesche Leger. De Tarters, die van Maovenlung verscheidene reizen dus heftelyk, en t'elkens met groote neerlaag besprongen wierden, en met tegenweer te bieden niets tegen hem zagen uit te rechten leiden eindelyk op list toe, en zochten 's Mans vroomheidt en deught, met schoone woorden en hooge beloften, te quetsen. Zy booden hem dan aan, by eenige heimelyke brieven, het halve Ryk van Sina indien hy met den bloem zyns Heirs den Sineeschen Keizer wilde afvallen, en 't Ryk helpen veroveren. Maar Maovenlung, die eer en eed niet wilde breken, maar deugt en vroomheit behertigen , sloeg hunne hooge belofte en toezeggingen kloekmoedigh af, met bygevoegde reden, van liever als balling te willen zwerven, of voor 't Vaderland te sneuvelen, dan zynen Heere af te vallen, en trouwloos het Ryk, daar aan hy geen eigendom hadt, te bezitten.

De Tarters, zich dus van alle kanten in hunne hoope te leur gestelt vindende, hielden, (dewyl zy weinig zagen uit te rechten) tot in den jare zestien honderd en vyf-en -twintig, hunne rust, die zy eindelyk met het aanvallen en belegeren der Hooft-stadt Ningyven quamen breken. Dit gaf onder de Sineezen , die zich alreeds hadden ingebeeld de voornaamste zwaarigheit te boven geraakt te zyn, weer nieuw ontsteltenis en onlust. Dan Maovenlung quam met zyne Krygs-knechten de Stadt wel tydelyk ontzetten, en sloeg de Beleggers met zoo een overstoute dapperheit op, dat de Tarters voor deze Stadt aan de kant van tien duizend mannen verlooren, en voorts van 't beleg opbraken , Onder de verslagene Tarters ging ook zelfs de Zoone van hunnen Koningh niet vry, maar quam aldaar in 't bloeienste van zyne jaren te sneuvelen. Geweldig speet den Tarters de dood van 's Konings zoone en sloegen uit boosheit in zoo een razernye, datze over 't ys ( want 't was in 't hartje van de Winter, en de vorst had alle wateren gebrught,) op zeeker Eilandt Thaoyven quamen vallen, en tien duizend mannen van de bezetting en daarenboven al d'Inwoonders, zonder kinderen of vrouwen te sparen zeer jammerlyk en deerlyk om 't leven bragten.

Next page