Generale Missive, 25 januari 1667.

Van de Hr. van Gotto sijn acht Nederlanders die met een cleen vaertuijg aldaar van de Coereese eijlanden waeren aengecomen tot Nangasackij opgesonden verhaelende dat se in 't jaer 1653 op 't Quelpaerts eijland met 't jacht de Sperwer verongeluckt en sich aldaer 36 menschen gesalveert hadden - maer waeren van de Coereesen seer armelijck getracteert en soo nu en dan van 't eene eijland nae het ander vervoert, sulx datter in den tijt van 13 jaeren dat aldaer gesworven hebben 20 personen sijn comen te sterven, - waervan 8 gelijck vooren geseijt, met een cleen onnosel visschers vaertuijgjen sijn gevlucht, de andere acht sijn daer noch gebleven, onder anderen verscheen daer bij haer een out man die seijde in cromduijts dat hij ook een Hollander was geboortig uijt de Rijp, genaemt Jan Janszen Weltevreden, hebbende daer all 39 jaeren geweest en dat hij ao 1627 op 't jacht Ouwerkerck had gevaeren en bij geval met een Chineese jonck aldaer was geraeckt, hoe de vordere Nederlanders die daer verbleven en d' andere aght die tot Nangasacki sijn comen vluchten genaemt sijn, worden met naemen en toenaemen in 't Japanse dagregister op 14en September 1666 bekent gemaekt, waertoe ons vorder om in desen kort te gaen, diesbetreffende gedraegen. Sij hadden versocht dat voorseijde 8 Nederlanders in Nangasackij sijnde mede nae Batavia mochten vertrecken, dat jaer de gouverneurs afgeslagen hebben, onder pretext dat daerover nae Jedo moesten schrijven en licentie versoeken. (Overgek. Brieven 1667, Eerste boek, Nat. Arch. no. 1146).  


By the Lord of Gotto, are eight Dutchmen send, who with a small vessel there from the Coereese Islands have arrived to Nangasackij, telling that they in the year 1653 on Quelpaerts island with th' jacht the Sperwer were shipwrecked, and had salvaged themselves there with 36 people - but were by the Coereesen very poorly treated and thus now and then from one island to the other transported, such that in the time of 13 years, that they have wandered around 20 persons have come to die, - of which 8, like previously said, with a small trifling fisherman's vessel have escaped, the other eight still stayed there, amongst others a man appeared, called Jan Janszen Wetevreden, having been there already for 39 years and that he  ao 1627 on th' jacht Ouwerkerck had sailed and by accident with a Chinese junk there attained, how the other Dutchmen who stayed there and the other eight who to Nangansacki came to flee, were mentioned with name and surname in the Japanese daily register were made known on September 14, 1666, whereupon us further to be short, concerning this behaved. They had requested that previous mentioned 8 Dutchmen being in Nangasackij, were allowed to leave to Batavia, was that year declined by the Governors under the pretence that there about had to write with Jedo and to request for permission. (Overgek. Brieven 1667, First book, Nat. Arch. no. 1146).